Capitulatie (De Magische Jurk, deel 9)

De Koning gebood mij in korte zinnen plaats te nemen achter hem op zijn Stalen Ros, dat onhoorbaar hinnikte. Gedwee deed ik wat mij gezegd werd…De koude hardheid die als bij toverslag over De Koning was neergedaald, maakte dat ik brandde van nieuwsgierigheid…het leek er sterk op dat hij zijn uitstraling moeiteloos en abrupt had aangepast aan de wintertijd die zojuist officieel was ingegaan. Andere koninklijke bezoekers en edelen die de dampende dansvloer van Indorp ook zojuist hadden verlaten, volgden ons vertrek met interesse. Ik voelde me vereerd, dit was de eerste keer sinds de vroege ochtend van Carnavalsdinsdag dat we ons samen openlijk aan laatstgenoemden vertoonden. Innig, maar zonder veel vertrouwen, hoopte ik dat dit samenzijn een lange reeks van gezamenlijk optreden als Koningspaar zou inluiden. Aanhankelijk omklemde ik zijn rug met mijn armen, terwijl we zwijgend galoppeerden. In ijselijk zwijgen – hij reageerde totaal niet op mijn zenuwachtige geklets – voerde De Koning het Ros langs de drukbevolkte straten rondom de Danspaleizen door de relatief zwoele oktobernacht. We kwamen aan in een onbewoonde steeg, de plek waar niet veel later een gloednieuwe Bruisende Concerttempel zou oprijzen die tot op de dag van vandaag gemakshalve met drie cijfers wordt aangeduid.

Het verlaten steegje was winderig en ik rilde in mijn strakke zwarte jurk, terwijl het zilver en glas om mijn armen en nek zacht rinkelde. Ik trok mijn lange jas wat dichter om mijn schouders. De Koning leek meer dan normaal boven me uit te torenen, terwijl hij gevoelloos keurend neerkeek op mijn licht bevende lichaam. Nog nooit had ik zijn ogen zo gezien, totaal verstoken van de zwoele, verlangende warmte die ze normaal gesproken bezaten als we elkaar weer onmoetten.

“Geef mij je jas…”

Ik besefte ineens ten volle dat ik nu was overgeleverd aan de vreemde wensen van Zijne Majesteit. Nooit zou het mijn gezond verstand of zelfs mijn gevoel van eigenwaarde lukken mijn hart – waar ik immers geen vrije beschikking meer over had – zo ver te krijgen nu te kiezen voor mijn eigen koninklijke waardigheid. Dit had ik natuurlijk gemakkelijk kunnen doen door mijn jas aan te houden, om te draaien en zonder nog om te kijken terug te lopen naar een plaats waar ik in een Paardloos Rijtuig kon stappen. Alleen, maar soeverein, op weg naar mijn eenzame regenboogpaleisje. Waar ik dan in tranen, maar met ongebroken trots de attributen van de uitgevoerde rituelen zou opbergen. Maar nee, die kracht bezat ik niet meer. De totale capitulatie zou vannacht plaatsvinden. Elke vorm van aandacht van deze verleidelijke, onberekenbare vorst was nu acceptabel, realiseerde ik me ineens. Mijn lange, zwarte leren, trenchcoat legde ik aldus voorzichtig op de armen van de koning.

“En je jurk…”

Vragend keek ik hem aan.

“En je jurk…!” herhaalde hij iets luider, onbewogen.

Ik voelde dat ik een grens passeerde en dat gaf me ook een ongebreideld gevoel van wildheid, dat me ongewild zeer beviel.

De strakke zwarte jurk die ik droeg, had een lange rits aan de voorzijde, dus ik was in de gelegenheid me elegant van het kledingstuk te ontdoen, terwijl ik Mijn Koning strak bleef aankijken in zijn koude, glanzende, bruine ogen, zijn blauwzwarte haar glanzend onder de lantaarnpaal die onze handelingen filmisch bescheen.

Ik droeg nu alleen nog maar een oudroze, satijnen lingeriesetje, kousen die werden opgehouden door elastiek op mijn dijen en mijn hoge, zwarte pumps. Mijn nagenoeg naakte lichaam rook heerlijk naar de rozenolie die ik gebruikt had voor het massage- en badritueel, de avond ervoor, nog vermengd met het verse zweet van de dansvloer …De ogen van de koning en de mondhoek die een milimeter werd opgetrokken verrieden bijna onzichtbaar dat hij niet zo totaal onaangedaan was als hij wilde lijken.

Hij drukte zacht op mijn rechterschouder en ik knielde gedwee. Zonder tegenzin, ja zelfs zeer wellustig, nam ik het zo vertrouwd en geliefd geworden stijve geslacht in mijn van opwinding droog geworden mond. Met liefde trotseerde ik de herfstkou op mijn bijna naakte lichaam en wijdde ik me totaal aan de warmte die ik daar vond en het genot dat ik mocht geven.

De Koning ontspande zich gedeeltelijk, maar bleef zijn best doen een schijn van onaangedaanheid op te houden door merkbaar zachte kreuntjes van genot uit zijn op elkaar geperste lippen te onderdrukken. Na een paar intense minuten trok hij me plotseling overeind en ritste resuluut zijn broek dicht.

“Je beha!” Beschaamd – want een groepje kijkgrage Graven dat opvallend langzaam het steegje passeerde, wierp geïnteresseerde blikken op ons – ontdeed ik me onderdanig ook van dit kledingstuk. Verbaasd verstijfden mijn tepels zich tot kleine, puntige knopjes.

De koning glimlachte nu breeduit, bijna warm en wees onverbiddelijk op mijn heupen. Ik protesteerde zwak, maar toen Zijne Majesteit gebiedend de wenkbrauwen optrok, waagde ik het tenslotte ook mijn slipje op de stapel kleren in zijn armen te leggen.

Een moment stond ik daar naakt in grote vertwijfeling en dacht ik vol oprechte schaamte aan wat mijn Edele Verre Bloedverwant Hereboer Johannes van Honus hiervan zou denken. Deze edelman stond bekend als een groot voorvechter van de onafhankelijkheid, vrijheid, zelfstandigheid en waardigheid van de te lang veronachtzaamde Plattelandsvrouwen. En al had ik mijn verre neef Johannes in die tijd nog nooit persoonlijk ontmoet – dat zou pas anderhalf decennium later gebeuren – was hij toen al een provinciale beroemdheid die opkwam voor een verwaarloosde klasse Agrarische Dames. Een klasse waar ik rechtstreeks van afstamde, al permitteerde ik het me nu dan mezelf Koningin van het Veelkleurige Koninkrijk te noemen! Ik voelde het onwillekeurig warm en nat worden tussen mijn benen, wat mijn diepe schaamte nog verder deed toenemen. Maar de weerloze, openbare zichtbaarheid van mijn lichaam wond me ontegenzeggelijk op en de aanwezigheid van De Koning maakte deze ervaring eigenlijk weergaloos…

“Kom hier!!”

De Koning hielp me onverwacht galant en bijna zorgzaam in mijn jas en stopte de rest van mijn kleding onder de zijne.

“Kom mee!”

Slechts gekleed in mijn lange trenchcoat klom ik opnieuw schrijlings op het Ros achter de nog steeds heel koele en afstandelijke koning.

“Houd me vast, met allebei je armen…” gebood de koning. Dat ik desondanks een vrije arm gebruikte om mijn opwaaiende jas tegen mijn blote lijf te drukken om de nieuwsgierige, verraste blikken van nachtelijke voorbijgangers te verminderen, was mijn enige concrete daad van verzet, die nacht…De koning wierp regelmatig een tevreden blik achterom op mij.

Zwijgend reden we stapvoets naar het dichtbevolkte studentenhuis waar De Koning nog steeds nederig resideerde.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s